De nieuwe meerwaardebelasting op aandelen in de personenbelasting
De nieuwe (en oude) categorieën meerwaardebelasting op aandelen
in de personenbelasting
De huidige Federale regering heeft de intentie meerwaarden te belasten op onder andere de verkoop van aandelen. In de bijdrage beperken we ons tot de overdracht van aandelen van een vennootschap waarin men actief participeert, waarin men dus een behoorlijk deel van de aandelen bezit en/of deel uitmaakt van het bestuursorgaan. Praktisch gesteld: de eigen vennootschap.
Er is al veel over gezegd en geschreven maar een wet is het nog steeds niet. Wel is nu recent het wetsontwerp ingediend ter goedkeuring bij de Kamer. Bij het schrijven van deze bijdrage is de wet dus nog steeds niet van toepassing. Deze zal pas van toepassing worden tien dagen na publicatie in het Staatsblad maar wel met terugwerkende kracht tot 01 januari 2026.
De oude en nog steeds huidige situatie
In de huidige wetgeving zijn meerwaarden
gerealiseerd op aandelen in de personenbelasting vrijgesteld zolang de
realisatie van de meerwaarde is ontstaan door het normaal beheer van het
privévermogen, buiten elke beroepswerkzaamheid om. Voldoet men niet aan deze
voorwaarden zijn de gerealiseerde meerwaarden belastbaar aan 33%.
Zo vond de belastingadministratie initieel de verkoop of inbreng van aandelen van de werkvennootschap (de vennootschap waar de werkelijke ondernemingsactiviteit plaatsvindt) in een zelf opgerichte holding meestal belastbaar omdat deze niet kadert binnen het normaal beheer van het privévermogen. De belastingadministratie heeft in de loop der jaren haar standpunt meermaals aangepaste. Vooral bij de inbreng van de aandelen van de werkvennootschap in de holding werd afgezien van de taxatie van de meerwaarde daar deze meerwaarde uiteindelijk zal belast worden via de uitkeringen van dividenden door de holding. Doch bij aanzienlijke meerwaarden is de aanvraag van een voorafgaand fiscaal akkoord aangewezen.
Daarnaast is er nog een aparte regeling indien de aandelen worden verkocht aan een vennootschap gelegen buiten de Europese Economische Ruimte, evenals voor meerwaarden gerealiseerd naar aanleiding van een fusie, een splitsing, een met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting, een aanneming van een andere rechtsvorm of de inbreng van deze aandelen in een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap met mogelijkheid tot vrijstelling.
De nieuwe (toekomstige) regeling
Zoals reeds gemeld is de nieuwe regeling
op veel meer van toepassing dan de aandelen van de eigen vennootschap, maar
beperken we ons in deze bijdrage tot die laatste categorie.
In de nieuwe regeling wil men de gerealiseerde meerwaarden op aandelen ook belasten zelfs als deze verder komen van het “normaal beheer van privévermogen”. Deze die verder komen van het abnormaal beheer blijven onder de oude regeling vallen en worden belast aan 33%. Ook meerwaarden gerealiseerd via een beroepsactiviteit vallen hier uiteraard niet onder.
Belangrijk: de meerwaarde van aandelen zal niet worden belast onder de nieuwe regeling ingeval van overdrachten middels schenking of erfenis.
Let wel dat bij emigratie naar het buitenland de meerwaarde belasting wel verschuldigd wordt. Er is uitstel van belasting mogelijk indien men emigreert naar een land in de Europese Economische Ruimte of een land waarmede België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten dat voorziet in wederzijdse uitwisseling van informatie en invorderingsbijstand.
Verhuist men naar een derde land waarmede
België geen kwalificerend dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten wordt de
belasting onmiddellijk verschuldigd tenzij men bij de belastingadministratie om
uitstel verzoekt en voldoende waarborg verstrekt. Dit uitstel telt dan voor
twee jaar onder voorwaarde dat men elk jaar een attest aflevert.
Verkoopt men de betreffende aandelen binnen de twee jaar na emigratie wordt de meerwaardebelasting verschuldigd.
De verschillende categorieën
I. Normale stelsel
II. De zogenaamde "interne meerwaarden" gerealiseerd naar aanleiding van een verkoop van aandelen aan een vennootschap die de belastingplichtige zelf of samen met zijn familie rechtstreeks of onrechtstreeks controleert.
III. Apart stelsel voor aandeelhouders die een aanmerkelijk belang in een vennootschap bezitten
We wijzen er op dat binnen elke categorie minderwaarden die binnen hetzelfde jaar zijn geleden in mindering kunnen worden gebracht van de belastbare meerwaarde. Het eventuele negatief resultaat van de ene categorie zal men niet kunnen in mindering brengen van de eventuele belastbare meerwaarde in een andere categorie.
I. Het normale stelsel
Het gaat hier over meerwaarden gerealiseerd op aandelen, obligaties, opties, swaps, enzovoort. Maar ook over meerwaarden gerealiseerd op verzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen, crypto ’s en dergelijke. Het gaat ook over geldmiddelen aangehouden middels onder andere termijnrekeningen in vreemde munten zelfs over beleggingsgoud.
Praktisch gaat het hier in de meeste gevallen over de persoon die een deel van zijn vermogen belegd in aandelen, crypto ‘s en dergelijke. Deze private belegger ziet zijn gerealiseerde meerwaarden voortaan belast aan 10%. Maar ook de gerealiseerde meerwaarde op de aandelen van de eigen vennootschap kunnen hier onder vallen indien deze niet kunnen worden belast in de andere categorieën.
Er is een jaarlijkse vrijstelling voorzien voor de eerste 10.000 euro meerwaarde. In zoverre men die vrijstelling in een bepaald jaar niet gebruikt mag men hiervan jaarlijks 1.000 euro overdragen naar een volgend jaar maar de overdracht mag maximum 5.000 euro bedragen.
De overdracht van aandelen van een vennootschap waar men in actief participeert, waarin men dus een behoorlijk deel van de aandelen bezit en/of deel uitmaakt van het bestuursorgaan, zullen normaal gezien niet onder deze categorie vallen.
II. De Interne meerwaarden
Het betreft hier onder andere de meerwaarden gerealiseerd op aandelen en winstbewijzen van de eigen vennootschap door de verkoop daarvan aan de eigen opgerichte holding vennootschap.
In het wetsontwerp wordt dit omschreven als de houder van aandelen en/of winstbewijzen die samen met zijn echtgenoot, afstammelingen, ascendenten en zijverwanten tot en met de tweede graad en die van zijn echtgenoot op de koper rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefent in de zin van het Wetboek Vennootschappen en Verengingen. Heeft de houder van de aandelen geen controle over de koper is dit meerwaardestelsel dus niet van toepassing maar eventueel wel het normale stelsel of deze met betrekking tot aanmerkelijke belangen.
Het moet hier dus gaan om een verkoop, niet om een inbreng. De gerealiseerde meerwaarde wordt belast aan 33%. Er is geen gemeentebelasting op verschuldigd.
Meerwaarden gerealiseerd middels een inbreng in de holding worden niet belast onder deze categorie. Hiervoor is al een belasting voorzien in het geval de holding de ingebrachte kapitaalwaarde van de aandelen en winstbewijzen zou uitkeren als dividend voor inbrengen gedaan vanaf 01 januari 2017.
III. Meerwaarden op aanmerkelijke belangen
Dit stelsel is van toepassing op meerwaarde gerealiseerd op aandelen van vennootschappen waarvan men minstens 20% bezit van (de rechten in) het kapitaal of de inbreng. De regeling voor “interne meerwaarden” heeft echter steeds voorrang op deze regeling.
De meerwaarde wordt als volgt belast:
- De eerste schijf van 1
miljoen wordt vrijgesteld, met die beperking dat per 5 jaar maximum 1 miljoen
kan worden vrijgesteld.
- De schijf van 1 miljoen tot
2,5 miljoen wordt belast aan 1,25%
- De schijf van 2,5 miljoen
tot 5 miljoen wordt belast aan 2,50%
- De schijf tussen 5 miljoen
en 10 miljoen wordt belast aan 5,00%
- Het deel boven de 10
miljoen wordt belast aan 10%
Er wordt geen
gemeentebelasting op berekend.
Voor het geval van overdrachten aan entiteiten, waaronder vennootschappen, gelegen buiten de Europese Economische Ruimte bedraagt de belasting 16,50% voor het gedeelte van de meerwaarde boven de 1 miljoen euro.
Bij overdracht van de aandelen aan een persoon die gevestigd is buiten de EER (Europese Economische Ruimte) wordt het tarief 16,50% op de volledige meerwaarde; zij het ook in dit geval de eerste schijf van 1 miljoen wordt vrijgesteld.
Opmerkingen
Opmerking 1: Het oude stelsel blijft behouden voor abnormaal beheer en speculatieve verrichtingen
Merk op dat de drie voorgaande “nieuwe” categorieën van toepassing zijn in het geval van het “normaal beheer van het privévermogen”.
In zoverre het dus niet gaat om het ‘normaal beheer van privévermogen” of indien het gaat om speculatie blijft het oude stelsel van toepassing.
Die meerwaarden worden belast aan 33% en verhoogd met de aanvullende gemeentebelasting.
Opmerking 2: Vrijstelling bij inbreng
Zoals voorheen gemeld blijven de meerwaarden onbelast indien de aandelen worden ingebracht, dus niet verkocht, aan een vennootschap. In dat geval wordt het kapitaal/de inbreng verhoogd van de vennootschap waar de aandelen worden ingebracht en verkrijgt de inbrenger dus aandelen van die vennootschap in de plaats van de ingebrachte aandelen.
Fiscaal worden deze meerwaarden belast op het moment van uitkering, zijnde bij eventuele kapitaalverminderingen of uiterlijk bij ontbinding en vereffening van de vennootschap.
De gerealiseerde meerwaarden op aandelen in binnenlandse vennootschappen of in intra-Europese vennootschappen, in de mate dat ze worden gerealiseerd naar aanleiding van een fusie, een splitsing, een met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichting, een aanneming van een andere rechtsvorm van deze aandelen in een binnenlandse vennootschap of een intra-Europese vennootschap, blijft zoals voorheen tijdelijk vrijgesteld indien aan de betreffende voorwaarden is voldaan. (hier niet verder besproken).
Opmerking 3: Inkoop van eigen aandelen
Vennootschappen kunnen hun eigen aandelen inkopen. In dat geval realiseert de aandeelhouder dus ook een inkomen. Dat inkomen wordt bij de aandeelhouder belast als een uitkering van een dividend als er in de vennootschap zich een vermogensverlies voordoet (hier niet verder besproken). Volgens het ontwerp van de nieuwe wetgeving op meerwaarden zou dit vermogensverlies zich moeten voordoen in het jaar van de inkoop van de eigen aandelen. Zo niet wordt de nieuwe meerwaardebelasting van toepassing.
Verloopt de inkoopprocedure van de eigen aandelen via de beurs zal de nieuwe meerwaardebelasting van toepassing zijn.
Opmerking 4: Meerwaarden gerealiseerd
middels uitonverdeeldheidtreding
Ingeval aandelen in overdeelde eigendom zitten als gevolg van erfenis, echtscheiding, beëindiging wettelijke samenwoning of feitelijke samenwoning en binnen de drie jaar een einde wordt gemaakt aan deze ontstane onverdeeldheid worden de meerwaarden vrijgesteld.
Bij latere realisatie van de meerwaarde mag dan enkel de oorspronkelijke aanschaffingswaarde in mindering worden gebracht voor het berekenen van de meerwaarde.
Opmerking 5: Vruchtgebruik van aandelen
De meerwaardebelasting is verschuldigd door de blote eigenaar, niet door de vruchtgebruiker.
De belastbare meerwaarde
Berekening van de belastbare meerwaarde
De belastbare meerwaarde is de verkregen
vergoeding voor de aandelen verminderd met de aanschaffingswaarde van de
aandelen.
De aanschaffingswaarde is de waarde waartegen men de aandelen oorspronkelijk heeft verworven. In het geval men de aandelen heeft verkregen door erfenis of schenking telt de waarde waartegen de erflater of schenker de betreffende aandelen heeft verworven.
Kan men geen aanschaffingswaarde aantonen wordt de volledig verkregen prijs voor de aandelen beschouwt als een meerwaarde.
Heeft men de aandelen in verschillende schijven verworven geldt het principe van FIFO. Diegene die worden verkocht worden bij voorrang geacht de aandelen te zijn die men het eerst heeft verworven. Kan men de aanschaffingsdatum van een deel van de aandelen niet aantonen worden die betreffende aandelen geacht als laatste te zijn verworven. Bij niet-beursgenoteerde aandelen zal men moeten kijken naar het overeenstemmende volgnummer van de aandelen in het aandelenregister. Voor aandelen verworven voor 01 januari 2026 mag men met de gemiddelde prijs werken.
Indien een persoon inwoner is geworden van België NA aanschaffing van de betreffende aandelen moet de waarde van de aandelen op datum van verwerving van het inwonerschap worden genomen als aanschaffingswaarde. Deze bepaling geldt niet als de betreffende persoon die België had verlaten minder dan twee jaar later terugkeert.
Aftrekbare minderwaarden
Minderwaarden zijn aftrekbaar van de meerwaarden zolang de minderwaarden zijn gerealiseerd binnen dezelfde categorie van meerwaarden en in hetzelfde kalenderjaar.
Vrijstelling van de historische meerwaarde
Voor aandelen verworven voor 01 januari 2026 mag men als aanschaffingswaarde de waarde van de aandelen nemen op datum van 31 december 2025.
Hiervoor worden 4 methoden voorzien.
Methode I: Beursgenoteerde aandelen
Voor beursgenoteerde aandelen neemt men als aanschaffingswaarde van de aandelen de laatste slotkoers van 2025.
Methode 2: Niet-beursgenoteerde aandelen
Men mag als aanschaffingswaarde de hoogste waarde nemen van volgende waardebepalingen:
- Men neemt de waarde van de aandelen zoals die blijkt uit een overdracht in 2025 van diezelfde aandelen tussen onafhankelijke partijen, ofwel zoals deze blijkt uit de oprichting van de vennootschap of een kapitaalverhoging in het jaar 2025.
- Ofwel de waarde zoals die blijkt uit een waarderingsformule gehanteerd in een contract of contractuele aankoopoptie welk nog geldig is op 01 januari 2026.
- De waarde die men bekomt door het eigen vermogen van de vennootschap te verhogen met 4 keer het EBITDA van het laatste afgesloten boekjaar voor 01 januari 2026. EBITDA staat voor de winst VOOR belastingen zoals die blijkt uit de jaarrekening van dat boekjaar aangepast met volgende kosten en opbrengsten:
nr.rekening Omschrijving
+ 9903 |
Winst/verlies van het boekjaar vóór belasting |
|
- 75 |
Recurrente financiële opbrengsten |
|
+ 65 |
Recurrente financiële kosten |
|
+ 630 |
Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op |
|
+ 631/4 |
immateriële en materiële vaste activa |
|
- 769 |
en op handelsvorderingen: + toevoegingen
en - terugnemingen |
|
+ 668 |
Andere niet-recurrente financiële kosten |
|
+ 660 |
Uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op |
|
- 760 |
oprichtingskosten, immateriële en materiële
vaste activa |
|
+ 661 |
Immateriële en materiële
vaste activa |
|
- 761 |
Terugneming van waardevermindering op financiële vaste activa |
|
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- = EBITDA* |
4. Waardering door bedrijfsrevisor af accountant.
Men kan ook nog opteren om de waarde van de aandelen op 31 december 2025 te laten waarderen door een bedrijfsrevisor of accountant die niet gewoonlijk de bedrijfsrevisor of accountant van de vennootschap is. Deze waardering moet uiterlijk op 31 december 2027 afgerond zijn.
Opmerkingen bij waarderingen door een bedrijfsrevisor of accountant:
- Vooral in het geval een vennootschap onroerende goederen bezit of gedurende een aantal jaren deelnemingen in andere vennootschappen bezit lijkt deze methode aangewezen gezien de vermogensaangroei van deze activa niet zal blijken uit de resultatenrekening en de EBITDA-methode hiermede geen rekening zal houden.
- Ook kan de herwaardering van activa in het laatste afgesloten boekjaar daterend van voor 01 januari 2026 soelaas bieden.
- Voor boekjaren die niet afsluiten op 31 december lijkt de opmaak van een tussenbalans op 31 december 2025 aangewezen.
Methode 3: Werkelijke aanschaffingswaarde
In het geval de werkelijke aanschaffingswaarde hoger ligt dan de waarde op 31 december 2025 kan men dit als waarde op 31 december 2025 nemen in zoverre men dit kan aantonen.
Deze methode kan echter enkel voor realisaties van meerwaarden uiterlijk op 31 december 2030.
________________________

Reacties
Een reactie posten